Interview met thuisbegeleider Anita
In gesprek met…
Anita van Zwoll
60 jaar
Thuisbegeleider bij Vivenz
Hoelang beoefen je dit beroep al?
Al 25 jaar, ik ben begonnen met 5 ochtenden in de week bij OPMAAT als zieke verzorgende. Toen zag ik de GGV (gespecialiseerde gezingsverzorging) wat mij heel erg leuk leek, alleen daar moest ik destijds een diploma voor hebben.
Daarnaast kon ik dus wel 3 middagen extra bij het Speciale Stabiele Zorgteam starten. Toen ik 41 jaar was besloot ik toch de opleiding te doen voor de GGV, wat inmiddels de Thuisbegeleiding is. Toen ben ik volledig gaan werken in de Thuisbegeleiding.
Wat heeft je gemotiveerd om sociaal werker te worden?
Om naast de mens te gaan staan die is vastgelopen in de thuissituatie. Ik vind het ook een voordeel om bij mensen thuis te komen, want zij voelen zich daar vaak het meest op hun gemak en je ziet het meeste in de thuissituatie, meer dan wanneer mensen bij je langs komen op kantoor.
Wat vind je het mooiste aan dit beroep?
Dat je samen met de cliënt hun doelen kan bereiken. En anders door kan verwijzen naar gespecialiseerde hulp.
Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?
Dat kan heel verschillend zijn! Er kan ineens een crisis zijn bij een gezin waardoor je hele planning in een keer verandert. Je moet voor dit werk wel flexibel en creatief zijn. Normaal begin ik om 9 uur en eindig ik om 5 uur. In die tijd ben ik bij verschillende cliënten langs geweest, waarbij ik tussendoor ook weleens naar het kantoor ga voor de administratie. Geen dag is hetzelfde, dat vind ik écht het leukst aan mijn baan.
Met welke doelgroepen werk je vooral?
Verschillend, de doelgroepen kunnen zijn: Mensen met psychische klachten, mensen met een verstandelijke beperking, mensen die sociaal zijn vastgelopen (bijvoorbeeld na ontslag), kinderen en soms ouderen. De doelgroep is eigenlijk heel divers.
Wat zijn veelvoorkomende problemen waarmee je mensen helpt?
De meest voorkomende hulpvraag is voor financiële problemen. Ook als er meerdere problemen zijn, begin ik eerst begin met de financiën. Dat geeft zoveel stress waardoor het geen zin heeft om aan andere dingen te beginnen.
Daarnaast ondersteun ik ook bij opvoedproblemen, huishoudelijke taken (en dan met name de planning ervan) en relationele problemen.
Moet je vaak samenwerken met andere instanties, zoals scholen of gemeenten?
Ja, we hebben vaak contact met Jeugdbescherming, Jeugdteams en het Sociaal Wijkteam. En met de Sociale Raadslieden voor juridisch advies.
Bij scholen komen we ook, bijvoorbeeld om mee te gaan op oudergesprekken. Daarnaast hebben we veel contact met de Sociale Dienst (inmiddels Samenwerkplein) en het UWV.
Wat vind je het moeilijkste aan je werk?
Het moeilijkste vind ik dat als je ziet dat kinderen niet veilig zijn. Natuurlijk moet er dan een melding gemaakt worden, maar dit is nooit makkelijk of leuk. We doen dit overigens nooit zelf maar altijd samen met de cliënt, dat is het beleid van Vivenz.
Hoe ga je om met situaties die je emotioneel raken?
Daar hebben we gelukkig een fijne groep voor waarbij we wekelijks gebruik maken van intervisie en casuïstiek. Als er een moeilijke situatie is, kunnen we altijd direct met een collega bellen. Daarnaast kun je terecht bij je leidinggevende of een vertrouwenspersoon binnen de organisatie.
Heb je wel eens te maken gehad met agressie of onveiligheid?
Ja helaas wel, maar dan is het vaak zo dat mensen een psychiatrische achtergrond en of een verstandelijke beperking hebben waardoor ik het wel kan relativeren. En door zo’n achtergrond kunnen we vaak van te voren al een inschatting maken of we te maken krijgen met agressie. Bij een vermoeden gaan we vaak met zijn tweeën naar een adres.
Welke eigenschappen moet je hebben als sociaal werker?
Sowieso empathie. Daarnaast moet je flexibel en geduldig zijn en ik denk dat je ook sterk in je schoenen moet staan omdat je bij de mensen thuis komt.
Heb je tips voor jongeren die sociaal werker willen worden?
Als je erover nadenkt zou ik zeggen dat het een heel sociaal beroep is, omdat je de gehele dag met mensen werkt en je echt iets voor ze kunt betekenen. Je kunt heel betekenisvol zijn voor de rest van hun leven.
Ik heb een keer een brief gehad van een cliënt met de tekst: “Als ik u niet had gehad, dan was ik er misschien niet meer geweest”. Die brief is voor mij heel waardevol.
Recente reacties